Niet- ontvankelijk

Zaak I. Geschillencommissie, 1 november 2013, nr. 2013-311

Feiten

Een consument heeft op of omstreeks 12 november 2001 een effectenleaseovereenkomst afgesloten met Aegon. De consument heeft bijna 11 jaar na deze overeenkomst een vaststellingsovereenkomst van Aegon gekregen. In de vaststellingsovereenkomst zijn een viertal punten opgenomen:

  1. de effectenleaseovereenkomst wordt met wederzijds goedvinden beëindigd;
  2. de aangekochte aandelen in het kader van de effectenleaseovereenkomst verblijven bij Aegon;
  3. Aegon zal, coulancehalve en geheel rechtens onverplicht, aan de consument een schikkingsbedrag betalen;
  4. partijen verlenen aan elkaar gehele en finale kwijting die verband houden met de betreffende effectenleaseovereenkomst.

In deze uitspraak wordt gewezen op een aantekening die is gemaakt in de vaststellingsovereenkomst. Onder het derde punt is de volgende opmerking toegevoegd: “het schikkingsbedrag plus inleg maart- april- mei, zoals telefonisch besproken.” 

De consument heeft de vaststellingsovereenkomst ondertekend en geretourneerd.

 

Zaak II. Geschillencommissie, 1 november 2013, nr. 2013-310

Feiten

De consument in deze zaak heeft op of omstreeks 8 april 1998 een tweetal effectenleaseovereenkomsten afgesloten met Aegon. Op 2 oktober 2012 heeft de consument een vaststellingsovereenkomst gekregen. De inhoud van deze vaststellingsovereenkomst verschilt enigszins met de vaststellingsovereenkomst uit de vorige zaak. Het punt over het eigendom van de aandelen (punt 2) is in deze zaak niet in de vaststellingsovereenkomst opgenomen. In plaats daarvan is een beding opgenomen waaruit blijkt dat Aegon de restschuld van de consument voor haar eigen rekening zal nemen. En dat Aegon de ontstane betalingsachterstand zal kwijtschelden. Ook deze consument heeft de vaststellingsovereenkomst ondertekend en geretourneerd.

 

Vorderingen van beiden consumenten

Beiden consumenten vorderen schadevergoeding door ongedaanmaking van het verlies dat zij op de overeenkomst hebben geleden, vergoeding van de wettelijke rente en gemaakte kosten voor juridische bijstand

 

Gelijke beslissing van de Geschillencommissie in beide zaken

Het verweer van Aegon in beide zaken is dat de consument niet-ontvankelijk verklaard zal moeten worden. De Geschillencommissie onderschrijft dit standpunt en geeft de volgende argumenten. Ten eerste geeft de Geschillencommissie aan dat het geschil niet meer bestaat. Doordat de consumenten de vaststellingsovereenkomst hebben geaccepteerd, zijn de vorderingen die de consumenten hebben ingesteld een schending van punt 4 van de vaststellingsovereenkomst. Beiden consumenten hebben immers volledige en finale kwijting verleend aan Aegon. Alsnog een vordering instellen zou de gemaakte afspraak doorkruisen.

Ten tweede oordeelt de Geschillencommissie dat zij geen bevoegdheid heeft om beide klachten inhoudelijk te behandelen. Naast het eerste argument voegt de Geschillencommissie eraan toe dat ook niet aan de vereisten van het Reglement Ombudsman en Geschillencommissie Financiële Dienstverlening voldaan zijn. De Geschillencommissie richt zich immers op het beslechten van geschillen, wat ook blijkt uit de officiële benaming van de Commissie. Nu er geen geschil is, kan de Geschillencommissie beide zaken niet inhoudelijk behandelen.

Tot slot volgt ook uit het Reglement Ombudsman en Geschillencommissie Financiële Dienstverlening dat de Geschillencommissie slechts bevoegd is om klachten te behandelen die betrekking hebben op een financiële dienst. Een vaststellingsovereenkomst is geen financiële dienst in de zin van het Reglement Ombudsman en Geschillencommissie Financiële Dienstverlening. De Geschillencommissie kan daarom ook niet inhoudelijk oordelen over een geschil met betrekking tot de totstandkoming of inhoud van de vaststellingsovereenkomst.

De Geschillencommissie heeft dan ook beslist dat zij de klachten van de consumenten niet in behandeling kan nemen.